Breng de bouillon in een pannetje aan de kook. Schil 1 el gember, snij in dunne plakjes en dan in staafjes. Voeg met 100 g rijst bij de bouillon en laat 25-30 minuten afgedekt koken. In feite kook je de rijst kapot, dat is ook de bedoeling, je maakt een soort dikke rijstsoep.
2
Snij 150 g spitskool in dunne sliertjes. Voeg na ca. 10 minuten bij de rijst en kook mee.
3
Verwarm 2 el (milde) olie in een koekenpan. Snij 1 teentje knoflook in plakjes en ½ stuks rode peper in ringetjes (verwijder de zaadlijsten als je niet van pittig houdt). Bak zachtjes in de olie tot de knoflook een klein beetje verkleurt (blijf erbij, laat het niet verbranden!). Schenk de chili-knoflookolie in een kommetje. Voeg 1 tl sojasaus toe en zet weg.
4
Snij de stelen van ½ stuk paksoi in plakjes en het blad in repen. Verwijder de korrelige kluitjes van 100 g bundelzwammen.
5
Bak de bundelzwam in de eerder gebruikte koekenpan op hoog vuur een paar minuten aan. Voeg het wit van de paksoi toe en bak een paar minuten mee (lekker als het wat knapperig blijft). Voeg op het laatst het paksoiblad toe en laat slinken. Breng op smaak met een beetje zout en peper.
6
Snij ½ stengel lente-uien in ringetjes.
7
Pureer 125 g tofu met een staafmixer in een maatbeker tot een glad mengsel. Meng door de soep. Warm nog even zachtjes door, maar laat het niet koken(!).
8
Geef ieder een grote kom rijstsoep en laat ze daarbij bundelzwammen en paksoi opscheppen. Garneer met de lente-ui en 1 tl zwart sesamzaad. Breng op smaak met de chili-knoflookolie en eventueel nog wat sojasaus naar smaak. Kruimel er zeewiesnacks naar smaak over.